Goede genen

Mijn auto moet goede genen hebben. Hoe oud zijn ouders zijn geworden is me niet bekend. Zelf is hij van 2001. Dat is 18 jaar geleden. En als autojaren net zo slopend zijn als hondenjaren, telt één jaar voor zeven. Dus is hij 126 jaar.

Dat moet wel kloppen, van die hondenjaren. Want je zult maar van jongs af altijd buiten moeten leven. In weer en wind. Met sneeuw en vorst. In storm en hittegolf. Je zult maar op je staart getrapt worden na slopend gesukkel in een file. Je zult je maar moeten laten geselen in een wasstraat. Of door vogelpoep en modder van oogstwerkzaamheden. Gezandstraald zijn en nog zout in je lak gewreven hebben gekregen ook.

En dan zo’n jaarlijkse APK. Dat is toch vreselijk. Daar sta je dan , hoog op een brug, met lui die je onderkant inspecteren. Aan je beplating sjorren. Je bandenprofiel meten. Wat een vernedering. Wat een dreun voor je autonomie.

Ik kocht mijn auto toen hij, even rekenen, 119 was. Of het dan nog helpt om met schuim gewassen te worden en met een zachte doek gepoetst? Om nieuwe lampjes in je kijkers en nieuwe banden om je velgen te krijgen? En kakelverse matjes en buffellederspray over je middenconsole en dashboard?

Ik denk van wel. Want hij reed stralend als een zonnetje met me mee, jeugdig en speels. Je hoefde het gaspedaal maar aan te tikken, en húp, daar spoot hij weg. Niks geen horten en stoten. Niks geen piepen en kraken, zuchten of steunen. Gewoon soepel als een jonge god m/v optrekken, remmen, bochten nemen. En dat op doodgewone loodvrije benzine van de pomp die op dat moment het goedkoopste was, zonder pepmiddelen als blue dit of green dat.

Ik geef het je te doen, op je 119e.

Nu is hij dus 126 en heeft hij stevig de touwtjes in handen. Hem maak je niets wijs. Hij telt zelf zijn toeren, schakelt uit zichzelf naar een hogere of lagere versnelling, meet hoogstpersoonlijk snelheid, afstand en wanneer hij aan eten, drinken en lucht toe is. En, kom er maar om, alsof het niets is trekt een sprintje om zijn kont te redden. Of remt hij voor andermans vege lijf de straatstenen om je oren.

Ja, zo’n auto zouden we allemaal wel willen! Maar ik zeg niets over zijn afkomst. Ik kijk wel goed uit. Ten eerste wil iedereen er dan zo een, komt er een run op en worden ze schaars en dus onbetaalbaar. En ten tweede moet ik zijn privacy eerbiedigen. Want met een leeftijd van 126 kom je onherroepelijk in de schijnwerpers te staan. Voor je het weet krijg je bloemen en een taart van de burgemeester. Komen pers en wetenschappers. En moet je voor de honderdste keer antwoorden dat het wel je goede genen zullen zijn.

Een reactie plaatsen